ECLI:NL:RBNNE:2016:5552
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mensenhandel met dwang in prostitutie
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 19 december 2016 een 41-jarige man uit Hoogezand vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen van mensenhandel. Verdachte werd beschuldigd van het dwingen van een vrouw tot prostitutiewerkzaamheden en het afnemen van haar verdiensten.
De tenlastelegging omvatte onder meer het vervoeren van het slachtoffer, het verstrekken van condooms, het plaatsen van escortadvertenties, het afpakken van geld en paspoorten, en het gebruik van dwangmiddelen. Het bewijs bestond voornamelijk uit verklaringen van het slachtoffer en haar partner, aangevuld met verklaringen van medeverdachten en politieonderzoek.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer en haar partner onvoldoende betrouwbaar en consistent waren, mede door tegenstrijdige verklaringen van medeverdachten en oncontroleerbare elementen in het verhaal. Hoewel het slachtoffer en haar partner aangaven dat sprake was van dwang, ontbrak overtuigend bewijs daarvoor. De rechtbank concludeerde dat het wettig en overtuigend bewijs ontbrak voor de uitbuiting en dwang en sprak verdachte vrij.
Daarnaast werd de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard omdat uitbuiting van hem niet aan verdachte was ten laste gelegd. De rechtbank wees erop dat de verklaringen van het slachtoffer toch bruikbaar waren, ondanks dat zij niet persoonlijk was gehoord, omdat voldoende steunbewijs aanwezig was. Desondanks was dit niet voldoende voor een veroordeling.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van mensenhandel met dwang.