Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
mr. E.Th.M. Zwart-Sneek(hierna te noemen: mr. Zwart-Sneek), rechter van deze rechtbank.
1.Het procesverloop
2.Het standpunt van [A]
3.Het standpunt van mr. Zwart-Sneek
4. Beoordeling
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Op 30 maart 2016 vond de mondelinge behandeling plaats van een kort geding waarbij [A] mr. Zwart-Sneek wrak wegens vermeende partijdigheid en het weigeren een voorlopig oordeel te geven. [A] stelde dat de rechter geen kritische vragen stelde aan de wederpartij en het proces-verbaal niet wilde opmaken.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 6 EVRM Pro. Hierbij geldt een vermoeden van onpartijdigheid van de rechter, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
De kamer oordeelt dat het stellen van enkele korte vragen en het afzien van een voorlopig oordeel niet wijst op vooringenomenheid. Er is geen bewijs dat mr. Zwart-Sneek de belangen van [C] bevoordeelde. Het verzoek tot wraking wordt daarom afgewezen.
De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij het indienen van het wrakingsverzoek. De beslissing is op 25 april 2016 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit mr. M. Jansen, mr. L.G. Wijma en mr. W.S. Sikkema.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Zwart-Sneek is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.