ECLI:NL:RBNNE:2016:4000
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij nadeelcompensatie raamprostitutie
Verzoeker, eigenaar van zes panden in het A-kwartier te Groningen, had een verzoek om nadeelcompensatie ingediend nadat het exploiteren van raamprostitutie-inrichtingen in dit gebied vanaf 1 januari 2016 was verboden. Het primaire besluit tot afwijzing van dit verzoek werd aangevochten door middel van bezwaar en een verzoek om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat bestuursrechtelijke financiële geschillen over schadevergoeding doorgaans niet spoedeisend zijn, omdat een eventuele schadevergoeding later alsnog kan worden uitgekeerd. Alleen bij een financiële noodsituatie is spoedeisendheid aanwezig.
Verzoeker stelde afhankelijk te zijn van de inkomsten uit de prostitutie-exploitatie en dat hij door het verbod in financiële problemen was gekomen, onder meer door lopende kosten en deurwaardersbrieven. Echter, hij kon dit spoedeisend belang niet concreet onderbouwen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat niet aannemelijk was gemaakt dat verzoeker tijdens de bezwaarprocedure in een financiële noodsituatie zou geraken en wees daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.