ECLI:NL:RBNNE:2016:3392

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 februari 2016
Publicatiedatum
18 juli 2016
Zaaknummer
145760
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
  • J. Jukema-Teertstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator bij geschil over hoofdverblijfplaats minderjarige met gedragsproblemen

In deze zaak stond een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. De kinderrechter wees dit verzoek af omdat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de opvoedingssituatie bij de vader, naar wie de overplaatsing zou plaatsvinden. Er was sprake van een wezenlijke strijd tussen de belangen van de minderjarige en die van zijn ouders over zijn hoofdverblijfplaats. De minderjarige heeft PDD NOS en forse gedragsproblematiek, wat de situatie complex maakt.

De kinderrechter oordeelde dat benoeming van een bijzondere curator noodzakelijk was om de belangen van de minderjarige te waarborgen. Deze bijzondere curator moet bemiddelen tussen de ouders en de GI, en de minderjarige vertegenwoordigen in procedures over zijn verblijfplaats en eventuele nieuwe kinderbeschermingsmaatregelen. De curator mag ook zelfstandig procedures starten indien dit in het belang van de minderjarige is.

De moeder, vader en GI waren het eens met de benoeming van de bijzondere curator. De kinderrechter wees erop dat voor de zussen van de minderjarige geen bijzondere curator wordt benoemd omdat er geen wezenlijk geschilpunt over hun verblijfplaats bestaat. De benoemde bijzondere curator, een advocaat, moet binnen zes maanden verslag uitbrengen aan de rechtbank en belanghebbenden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De kinderrechter benoemt een bijzondere curator om de belangen van de minderjarige met gedragsproblemen te behartigen in het geschil over zijn hoofdverblijfplaats.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaakgegevens : C/17/145760 / FJ RK 15-1211
datum uitspraak: 24 februari 2016
beschikking benoeming bijzondere curator
in de zaak van
Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering ,hierna te noemen de GI (gecertificeerde instelling), gevestigd te Leeuwarden.
betreffende
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam] ,hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
[naam] ,hierna te noemen de vader,
wonende te [woonplaats] .
1.1. Het procesverloop
Voor het verloop van de procedure verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 23 december 2015. In deze beschikking heeft de kinderrechter het verzoek van de GI tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing ten behoeve van een overplaatsing van [minderjarige] naar de vader afgewezen en heeft de kinderrechter ambtshalve overwogen een bijzondere curator te benoemen. Belanghebbenden zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld om hun standpunt hieromtrent kenbaar te maken.
Het procesverloop blijkt verder uit de volgende stukken:
- de fax van de GI van 18 januari 2016.
- de brief van 26 januari 2016 van mr. R.F. Dirkzwager namens de moeder;
- de brief van de vader van 1 februari 2016;
- de fax van de GI van 1 februari 2016.

2.De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
[minderjarige] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 6 mei 2015 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 6 mei 2016.

3.Het standpunt van belanghebbenden

3.1.
De moeder acht het in het belang van [minderjarige] dat er een bijzondere curator wordt benoemd.
3.2.
De vader heeft aangegeven dat hij akkoord gaat met het benoemen van een bijzondere curator voor [minderjarige] en schrijft dat hij het op zijn plaats zou vinden als ook voor de zussen van [minderjarige] , [naam zus 1] en [naam zus 2] (hierna [de zussen] ), een bijzondere curator wordt benoemd.
3.3.
De GI heeft de kinderrechter bericht dat zij de benoeming van een bijzondere curator in het belang acht van [minderjarige] . De voorkeur gaat uit naar de benoeming van een gedragswetenschapper. Voorts heeft de GI verzocht om ook een bijzondere curator te benoemen voor [de zussen] , nu ook zij lijden onder de echtscheidingsproblematiek.

4.De beoordeling

4.1.
Ingevolge artikel 1:250 BW Pro is het mogelijk om, wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van een minderjarige de belangen van de met het gezag belaste ouders of een van hen dan wel de voogd of de beide voogden in strijd zijn met die van de minderjarige, indien een zaak reeds aanhangig is, door de desbetreffende rechter, indien hij dat in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, daarbij in het bijzonder de aard van deze belangenstrijd in aanmerking genomen, ambtshalve een bijzondere curator te benoemen om de minderjarige ter zake, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen.
4.2.
Naar het oordeel van de kinderrechter is er sprake van een wezenlijke strijd tussen de belangen van [minderjarige] en die van de moeder en de vader aangaande de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] . Bij [minderjarige] is sprake van PDD NOS en forse gedragsproblematiek. Verder heeft de kinderrechter geconstateerd dat het de vraag is of de GI voldoende oog heeft voor de gevolgen van een overplaatsing van [minderjarige] van zijn moeder naar zijn vader, nu de GI het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing heeft gedaan zonder (afdoende) onderzoek te doen naar de opvoedingssituatie bij de vader. De kinderrechter is met de belanghebbenden dan ook van oordeel dat de benoeming van een bijzondere curator is aangewezen.
De bijzondere curator dient de belangen van [minderjarige] te waarborgen in de strijd tussen ouders onderling en die tussen de moeder en de GI over de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] en dient hierin zo mogelijk te bemiddelen tussen partijen. Voorts is het de taak van de bijzondere curator om [minderjarige] te vertegenwoordigen in procedures over zijn verblijfplaats en inzake nieuwe procedures over de kinderbeschermingsmaatregelen. Het staat de bijzondere curator ook vrij om in het belang van [minderjarige] de door haar noodzakelijk geachte procedures te starten. Gelet op de aard van de taakomschrijving acht de kinderrechter de benoeming van een advocaat aangewezen. De kinderrechter zal als bijzondere curator over [minderjarige] benoemen: mevrouw mr. S.A. Wilman, die zich bereid heeft verklaard deze opdracht op zich te nemen.
De kinderrechter zal de op deze zaak betrekking hebbende stukken aan de bijzondere curator laten toezenden.
De kinderrechter overweegt dat het de bijzondere curator vrij staat een gesprek te voeren met een derde (bijvoorbeeld school, gezinsvoogd).
De kinderrechter verzoekt de bijzondere curator de Leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek in acht te nemen.
Van haar bevindingen dient de bijzondere curator binnen zes maanden schriftelijk verslag te doen aan de kinderrechter.
Zo nodig zal de kinderrechter na ontvangst van het schriftelijk verslag van de bijzondere curator een behandeling ter terechtzitting plannen waarvoor de belanghebbenden en de bijzondere curator zullen worden opgeroepen.
Indien de rechtbank van oordeel is dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht, zal de rechtbank haar bij nadere beschikking van haar taak ontslaan.
4.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 23 december 2015 belanghebbenden in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over een eventuele benoeming van een bijzondere curator voor [minderjarige] . Reeds daarom is voor het verzoek van de GI en de vader om ook een bijzondere curator voor [de zussen] te benoemen in deze procedure geen plaats. Ten overvloede merkt de kinderrechter op dat voor [minderjarige] geldt dat sprake is van een (voor de benoeming van een bijzondere curator vereist) wezenlijk geschilpunt over zijn verblijfplaats. Dit geldt niet voor zijn zussen.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige [naam minderjarige]
mevrouw mr. S.A. Wilman, kantoorhoudende te Leeuwarden,
teneinde de belangen van [minderjarige] te behartigen in de strijd tussen ouders onderling en die tussen de moeder en de GI over de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] en hierin zo mogelijk te bemiddelen tussen partijen. Voorts is het de taak van de bijzondere curator om [minderjarige] te vertegenwoordigen in procedures over zijn verblijfplaats en inzake (nieuwe) procedures over de kinderbeschermingsmaatregelen. Het staat de bijzondere curator vrij om in het belang van [minderjarige] de door haar noodzakelijk geachte procedures te starten.
5.2.
bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk over zes maanden na deze beschikking schriftelijk verslag dient te doen aan de kinderrechter en aan belanghebbenden;
5.3.
bepaalt dat belanghebbenden binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient aan de kinderrechter en aan de bijzondere curator te worden toegezonden;
5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Jukema-Teertstra, kinderrechter, in tegenwoordigheid van O.C.F. de Haan als griffier en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2016.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden