Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Voorlopige machtiging
Beschikking van 23 februari 2016,
[naam] ,
Procesverloop
Motivering
Beslissing
fn: 697)
Rechtbank Noord-Nederland
Betrokkene verblijft al tien jaar vrijwillig in een zwakzinnigeninrichting, maar vertoont gedrag dat duidt op verzet tegen verblijf en behandeling, zoals het zonder toestemming verlaten van het terrein en fysieke agressie. De officier van justitie verzocht om een voorlopige machtiging op grond van de Wet Bopz om dwangbehandeling, waaronder fixatie, toe te passen.
Uit de geneeskundige verklaring en het verhoor blijkt dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap en ernstige gedragsstoornissen, die leiden tot gevaar voor anderen. De rechtbank overweegt dat het gevaar niet buiten de inrichting kan worden afgewend en dat dwangbehandeling noodzakelijk is.
De rechtbank concludeert dat betrokkene zich zal verzetten tegen noodzakelijke behandeling en verleent daarom de voorlopige machtiging tot verblijf en dwangbehandeling in de inrichting tot en met 23 augustus 2016. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een voorlopige machtiging voor dwangbehandeling en verblijf in een zwakzinnigeninrichting tot 23 augustus 2016.