ECLI:NL:RBNNE:2016:3280
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor smaadschrift wegens publicatie beschuldigingen moord
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 5 juli 2016 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van smaadschrift door het schrijven en verspreiden van een boek waarin een persoon met naam en toenaam werd beschuldigd van betrokkenheid bij een moord. Verdachte en een medeverdachte publiceerden passages die de eer en goede naam van het slachtoffer aantasten met ernstige beschuldigingen, waaronder betrokkenheid bij moord en criminele activiteiten.
De verdediging voerde aan dat verdachte te goeder trouw handelde en dat de publicatie diende het algemeen belang, waardoor een beroep op artikel 261 lid 3 Sr Pro (bijzondere rechtvaardigingsgrond) zou moeten leiden tot ontslag van rechtsvervolging. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte onvoldoende en onzorgvuldig bronnenonderzoek had verricht en volledig was afgegaan op verklaringen van de medeverdachte, ondanks kennis van de dubieuze wijze van verkrijgen van deze verklaringen.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan smaadschrift en dat het beroep op de bijzondere rechtvaardigingsgrond niet slaagde. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden en daarnaast werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 4 weken wegens een soortgelijk feit. Het recidiverisico werd als hoog ingeschat en verdachte toonde geen inzicht in het kwalijke van zijn handelen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf wegens smaadschrift en tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf.