ECLI:NL:RBNNE:2016:3137
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens kostenoverschrijding
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €34.978,- in verband met een hennepkwekerijzaak. De verdediging stelde dat het voordeel slechts €2.500,- bedroeg, na aftrek van een factuur van €4.200,- aan Enexis.
De rechtbank baseerde haar oordeel op een proces-verbaal waarin werd verklaard dat er €5.000,- was ontvangen voor vijf oogsten, verdeeld tussen veroordeelde en medeveroordeelde. De rechtbank stelde het voordeel vast op €2.500,-, omdat veroordeelde veroordeeld was voor het aanwezig hebben van hennep, niet voor medeplegen van telen.
Verder bleek uit dossierstukken dat veroordeelde €7.792,54 aan elektriciteitskosten had betaald, meer dan het geschatte voordeel. Daarom concludeerde de rechtbank dat veroordeelde geen wederrechtelijk verkregen voordeel had genoten en wees de vordering af.
De beslissing is genomen door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 17 juni 2016, waarbij mr. J. van Bruggen voorzitter was.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af omdat de gemaakte kosten hoger zijn dan het verkregen voordeel.