ECLI:NL:RBNNE:2016:2960
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor zwaar lichamelijk letsel door schuld bij brandincident in uitgaansgelegenheid
Op 26-27 augustus 2014 ontstond in een drukbezochte uitgaansgelegenheid een brandincident waarbij een mengsel van brandbare alcohol en water over de bar werd gegoten en in brand gestoken. Verdachte en zijn medeverdachte, werkzaam achter de bar, voerden deze handelingen uit. Door het bijschenken van brandbare vloeistof ontstond een steekvlam die meerdere bezoekers, waaronder [slachtoffer 1], zwaar lichamelijk letsel toebracht.
De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde opzettelijk brandstichten niet bewezen kon worden, omdat niet vaststond dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat kleding of lichaamsdelen van aanwezigen in brand zouden raken. Wel werd het subsidiaire feit van zwaar lichamelijk letsel door schuld bewezen verklaard. Verdachte en medeverdachte hadden onvoldoende stilgestaan bij de risico’s van hun handelen.
De rechtbank legde een taakstraf van 100 uur op, met vervangende hechtenis van 50 dagen bij niet-nakoming. Verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde en veroordeeld voor het subsidiaire feit. De ernst van het letsel, de omstandigheden en persoonlijke omstandigheden van verdachte werden meegewogen in de strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur voor zwaar lichamelijk letsel door schuld na brandincident in uitgaansgelegenheid.