Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.De vaststaande feiten
tegen de kortst mogelijke termijn, althans met in achtneming van een termijn van drie maanden ex artikel 39 Faillissementswet Pro". Mr. Looyen schrijft dat de huurtermijnen over de opzegtermijnen boedelschuld zijn en dat gedurende die termijn naast de verplichting tot betaling van huurtermijnen het recht op huurgenot bestaat.
P.S. Ik ben inmiddels benaderd door de heer [opruimer] over het weghalen van de drukpersen."
De huur loopt nog steeds en er is geen einddatum bekend". [medewerker curator] heeft hierop geantwoord:
Huur
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
tegen de kortst mogelijke termijn, althans met in achtneming van een termijn van drie maanden ex artikel 39 Faillissementswet Pro".Nu de curator de hoogte van het gevorderde bedrag niet betwist, zal de kantonrechter voor recht verklaren dat hij tot 20 augustus 2014 € 87.656,49 huur aan De Veluwe verschuldigd is en dat die huur op grond van artikel 39 Fw Pro een boedelvordering vormt. Dat De Veluwe in de brief waarin zij de huuropzegging heeft bevestigd als einddatum 11 juli 2014 heeft genoemd, is geen reden om een kortere periode in aanmerking te nemen. Die datum berust duidelijk op de onjuiste veronderstelling van De Veluwe dat de in de wet genoemde opzegtermijn van drie maanden al op faillissementsdatum was aangevangen. De curator heeft de reactie van De Veluwe redelijkerwijs niet mogen opvatten als een aanbod om de huurovereenkomst binnen de wettelijke opzegtermijn te beëindigen. Uit de onder 2.24. aangehaalde brief van 5 maart 2015, blijkt dat hij daar ook niet van uit is gegaan.