ECLI:NL:RBNNE:2016:2345
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens kostenoverschrijding
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 22 januari 2016 een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 2.500,- in een zaak tegen de veroordeelde wegens het telen van hennep. De veroordeelde verklaarde vijf keer geoogst te hebben, waarbij per oogst € 500,- werd verdiend, wat het geschatte voordeel op € 2.500,- bracht.
De verdediging voerde aan dat de aan de energieleverancier betaalde factuur van € 4.944,28 in mindering moest worden gebracht op het voordeel, waardoor een negatief voordeel zou ontstaan. De rechtbank nam deze stelling over en concludeerde dat de gemaakte kosten hoger waren dan het genoten voordeel.
Op basis hiervan stelde de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op nihil en wees de vordering van de officier van justitie tot ontneming af. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters, en uitgesproken op een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op nihil en wijst de vordering tot ontneming af.