Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Vordering officier van justitie
- oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren;
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 3 maart 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die ervan werd verdacht ontuchtige handelingen te hebben gepleegd met een meisje van vijftien jaar. Het ten laste gelegde feit betrof het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte op 22 augustus 2013 deze handelingen heeft verricht.
De verdediging voerde een beroep op afwezigheid van alle schuld (avas) aan, stellende dat verdachte niet wist dat het slachtoffer minderjarig was en dit ook niet kon weten. De rechtbank verwierp dit beroep omdat artikel 245 Sr Pro een geobjectiveerde leeftijdsgrens hanteert waarbij opzet of schuld omtrent de leeftijd niet vereist is. Verdachte had een vergaande onderzoeksplicht om de werkelijke leeftijd van het slachtoffer te achterhalen, wat hij niet heeft gedaan.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit en de gevolgen voor het slachtoffer, maar ook met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die een first offender is met een goede maatschappelijke positie. Daarom werd afgezien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en is een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar opgelegd.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering omdat deze betrekking had op dwangprostitutie door derden en niet op het contact met verdachte. De rechtbank wees erop dat deze vordering bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand wegens ontucht met een minderjarige.