Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2015 in de zaken tussen
[naam] , eiser 1,
[naam] , eiseres,
[naam] , eiser 2,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), onder meer de uitspraak van 12 september 2007 (ECLI:NL:RVS:2007:BB3791), de uitspraak van 4 december 2007 (ECLI:NL:RVS:2007:BC3329) en de uitspraak van 20 maart 2013 (zaaknummer 201207237/1, www.raadvanstate.nl) volgt dat het op de weg van verweerder ligt om, indien sprake is van intrekking van een verblijfsvergunning asiel op de voet van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, aannemelijk te maken dat zich de daarin vermelde intrekkingsgrond voordoet. Als door verweerder aan deze bewijslast is voldaan, is het vervolgens aan de vreemdeling om het door verweerder geleverde bewijs te weerleggen.