ECLI:NL:RBNNE:2015:6356
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging confiscatiebeslissing Hof Antwerpen
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep ex artikel 27 van Pro de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie tegen een beslissing van het Hof van Beroep te Antwerpen tot confiscatie van €800.000. Het beroep werd ingesteld door de veroordeelde tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van deze buitenlandse strafrechtelijke maatregel.
De raadsman voerde aan dat de tenuitvoerlegging zou leiden tot onrechtmatige ontneming van rechtmatig verkregen eigendommen zonder billijke vergoeding, wat een schending van artikel 17 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het EVRM zou betekenen. Tevens werd gesteld dat sprake was van strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat delen van de feiten op Nederlands grondgebied zouden zijn gepleegd, waardoor erkenning geweigerd zou moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat zij niet mag treden in het buitenlandse strafproces en slechts kan toetsen aan de verplichte en facultatieve weigeringsgronden uit de WWETGC. De rechtbank verwierp de verweren en stelde dat het vertrouwensbeginsel tussen EU-lidstaten vereist dat de beslissing als rechtsgeldig wordt beschouwd. Het feit dat beslag in Nederland is gelegd doet niet af aan de Belgische rechtsmacht. Het verzoek tot prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie werd eveneens afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de erkenning en tenuitvoerlegging van de confiscatiebeslissing. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer op 8 juli 2015 in Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.