Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Gang van zaken
2.Motivering
3.Beslissing
€ 71.981,--en legt aan verdachte de verplichting op dat bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het door verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 8 december 2015 uitspraak gedaan in een strafzaak waarin verdachte werd veroordeeld voor valsheid in geschrift met betrekking tot ontvangen persoonsgebonden budgetten (PGB) in de periode van september 2011 tot december 2012.
Op grond van deze veroordeling heeft het openbaar ministerie een ontnemingsvordering ingediend, gericht op het vaststellen en ontnemen van het wederrechtelijk verkregen voordeel dat verdachte heeft genoten uit het strafbare feit. De officier van justitie stelde dat het voordeel €73.534 bedroeg, gebaseerd op een rapport van 14 januari 2014.
De rechtbank heeft het bewijs zorgvuldig gewogen, waaronder het vonnis van de meervoudige kamer, het rapport van de verbalisant met onderliggende bewijsmiddelen, en de tenlastelegging. De raadsman van verdachte maakte geen inhoudelijke opmerkingen tegen de berekening. De rechtbank schatte het wederrechtelijk verkregen voordeel uiteindelijk op €71.981 en legde verdachte de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het voordeel.
De maatregel is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Assen.
Uitkomst: Verdachte is verplicht €71.981 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.