ECLI:NL:RBNNE:2015:6231
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- M.J.B. Holsink
- J.G.W. Lootsma
- P.H.M. Smeets
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 5 november 2015 uitspraak gedaan in een zaak tegen veroordeelde wegens opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet. De zaak betrof het exploiteren van een hennepkwekerij waarbij veroordeelde voordeel heeft verkregen.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €386.964,48. Dit bedrag is berekend op basis van 14 oogsten van 432 planten per oogst, met een minimale opbrengst van 23 gram hennep per plant en een verkoopprijs van minimaal €3.280 per kilogram. Van de bruto opbrengst werden afschrijvingskosten, kosten van stekken, variabele kosten en elektriciteitskosten afgetrokken.
De rechtbank baseerde zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder proces-verbalen van politie, een huurovereenkomst en een rapport van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM). De rechtbank stelde het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €386.964,48 en legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer, waarbij één rechter niet kon ondertekenen. De zaak betreft een duidelijke toepassing van ontnemingsmaatregelen bij drugshandel in de context van de Opiumwet.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €386.964,48 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.