Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Vordering officier van justitie
Beoordeling van het bewijs
Opmerking verbalisant: Verdachte doet het voor, schopte met zijn rechtervoet naar een object dat kennelijk op de grond ligt.) Ik zag dat [slachtoffer] hard in zijn gezicht werd geschopt door [verdachte], ik denk twee- of driemaal. [verdachte] was door het dolle heen. Ik zag dat het gezicht van [slachtoffer] bloedde. Ik zag later bij hem ook een gezwollen jukbeen. Ik zag dat de vinger van [verdachte] in een vreemde hoek stond. Even later zag [verdachte] dat zelf ook, toen draaide hij door en ging hij fors geweld gebruiken tegen [verdachte] (
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]), dat waren die schoppen. Ik duwde [slachtoffer] stevig van verschillende kanten. Ik denk meer dan vijf keer. Ik duwde hem tegen zijn nek, zijn borst. Toen [verdachte] hem schopte, lag [slachtoffer] op zijn buik op de grond. [verdachte] stond naast de rechterzijde van zijn hoofd. Ik denk dat [verdachte] [slachtoffer] drie keer schopte en enkele minuten later gaf hij [slachtoffer] een flinke schop tegen zijn hoofd. [slachtoffer] lag toen nog steeds op de grond. Ik denk niet dat hij zich inhield. Hij was kwaad. Hij raakte [slachtoffer] in ieder geval tegen zijn gezicht. [verdachte] heeft [slachtoffer] ook vuistslagen gegeven. [slachtoffer] viel op de grond doordat ik hem duwde.