ECLI:NL:RBNNE:2015:5709

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 december 2015
Publicatiedatum
10 december 2015
Zaaknummer
18.750188-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens overlijden verdachte in doodslagzaak

De rechtbank Noord-Nederland behandelde de zaak tegen de verdachte die werd verdacht van het opzettelijk en met voorbedachten rade beroven van het leven van het slachtoffer in juni 2013. De tenlastelegging betrof onder meer het meermalen met kracht tegen het hoofd en andere lichaamsdelen schoppen en slaan, het binden van het slachtoffer en het in brand steken, wat leidde tot het overlijden van het slachtoffer.

Tijdens de terechtzittingen op 4 en 26 november 2015 was de verdachte niet aanwezig en werd hij ook niet vertegenwoordigd door zijn advocaat. Het openbaar ministerie werd vertegenwoordigd door mr. P.F. Hoekstra en mr. R.G. de Graaf. Op basis van een gewaarmerkt afschrift van de akte van overlijden van de verdachte, overgelegd door het openbaar ministerie, bleek dat de verdachte op 1 juli 2014 was overleden.

Gezien het overlijden van de verdachte verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging, conform artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht, omdat het recht tot strafvordering in deze zaak is vervallen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de strafrechtbank te Leeuwarden op 10 december 2015.

Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/750188-13
vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 december 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ).
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van
4 november 2015 en 26 november 2015.
Verdachte is niet verschenen; mr. E. Steller, advocaat te Amsterdam , is evenmin verschenen.
Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting van 4 november 2015 vertegenwoordigd door mr. P.F. Hoekstra en ter terechtzitting van 26 november 2015 door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 19 juni 2013 tot en met 20 juni 2013 te
[pleegplaats 1] en/of te [pleegplaats 2] althans in Nederland tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met
voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers
heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet
en na kalm beraad en rustig overleg,
die [slachtoffer] meermalen met kracht tegen het hoofd en/of andere
lichaamsde(e)l(en) geschopt en/of geslagen en/of die [slachtoffer] gebonden aan
handen en/of voeten en/of een prop in de mond gestopt en/of die [slachtoffer] in de
brand gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij in of omstreeks de periode van 19 juni 2013 tot en met 20 juni 2013 te
[pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] althans in Nederland tezamen en in vereniging
met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het
leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van)
zijn mededader(s) met dat opzet die [slachtoffer] meermalen met kracht tegen het
hoofd en/of andere lichaamsde(e)l(en) geschopt en/of geslagen en/of die
[slachtoffer] gebonden aan handen en/of voeten en/of een prop in de mond gestopt
en/of die [slachtoffer] in de brand gestoken, ten gevolge waarvan voornoemde
[slachtoffer] is overleden.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren nu is gebleken dat verdachte op 1 juli 2014 is overleden.
Blijkens een door de officier van justitie overgelegd gewaarmerkt afschrift van een akte van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de Gemeente Zwolle is de verdachte op 1 juli 2014 aldaar overleden. Daarom is volgens art. 69 Sr Pro in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen. Dat brengt mee dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en
mr. M.B. de Wit, rechters, bijgestaan door mr. A. Dijkstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 december 2015.
mr. Sikkema is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
w.g.
Brinksma
VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT
Wit
de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,
Dijkstra
locatie Leeuwarden,