Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van de kantonrechter ex art. 254 lid 4 Rv Pro d.d. 4 november 2015
[A] ,
[gedaagde 5] ,
[gedaagde 6],
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak vordert een interieurverzorgster betaling van een netto onkostenvergoeding van €95 per maand en subsidiair een verhoging van haar bruto loon naar het oorspronkelijke bedrag, na een periode van arbeidsongeschiktheid. De werknemer had in 2013 verzocht om een deel van haar bruto loon om te zetten in een netto onkostenvergoeding vanwege de bijstandsituatie van haar echtgenoot. Dit verzoek werd ingewilligd, waarbij het totale uitbetaalde bedrag ongewijzigd bleef.
Na een periode van arbeidsongeschiktheid hervatte de werknemer haar werkzaamheden, maar maakte zij geen reiskosten meer en waste zij de schoonmaakdoekjes niet meer. De werkgever stopte daarom met het uitbetalen van de onkostenvergoeding. De werknemer vorderde vervolgens betaling van deze vergoeding en/of herstelling van haar bruto loon. Daarnaast vorderde zij doorbetaling van 100% loon tijdens arbeidsongeschiktheid.
De kantonrechter oordeelde dat een onkostenvergoeding alleen verschuldigd is voor daadwerkelijk gemaakte kosten. Nu de werknemer geen kosten meer maakte, kon zij geen aanspraak maken op de vergoeding. Ook was er geen sprake van achterstallig loon, aangezien de omzetting van loon in onkostenvergoeding op haar verzoek was overeengekomen. De vordering tot loonaanpassing werd afgewezen omdat de werkgever niet verplicht is in te stemmen met wijziging van arbeidsvoorwaarden. De vordering tot 100% loon tijdens arbeidsongeschiktheid werd eveneens afgewezen, omdat de wettelijke regeling 70% loon voorschrijft en de werkgever uit coulance meer had betaald. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot betaling van onkostenvergoeding, loonaanpassing en volledige loonbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid worden afgewezen.