Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
8. de publiekrechtelijke rechtspersoon
1.De procedure
Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekening gehouden.
2.De feiten
op basis van PGB.
- Het is de uitvoerder slechts toegestaan binnen de gemeenten waarbinnen hij gecontracteerd is, diensten middels zorg in natura te leveren en niet op basis van een PGB.
- De uitvoerder gaat samen met de gemeente(n) in overleg met bestaande cliënten met een PGB met als doel de gecontracteerde diensten, zo mogelijk en wenselijk, om te zetten in zorg in natura.
3.Het geschil
en
en
a. het de gecontracteerde inschrijvers/zorgaanbieders wordt verboden om, binnen het cluster van gemeenten waarin zij gecontracteerd zijn om diensten middels zorg in natura te leveren, deze zelfde diensten ook via PGB aan te bieden, of een verbod van vergelijkbare strekking;
b. het de gecontracteerde inschrijvers/zorgaanbieders wordt verboden om met bestaande cliënten van die zorgaanbieder, die inwoners zijn in de gemeenten en die WMO-zorg-dienstverlening op basis van PGB ontvangen, in overleg te gaan met als doel deze cliënten waar mogelijk en wenselijk deze dienstverlening in natura te laten ontvangen, of een verbod van vergelijkbare strekking;
en
4.De beoordeling
Ook anderszins is niet voldoende gebleken dat de PGB-voorwaarden niet in redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.
Het standpunt van de Noorderburg dienaangaande wordt dan ook verworpen.
dezelfdezorg op PGB-basis aan te bieden als de zorg die reeds in natura wordt aangeboden, alsmede dat die zorgaanbieder er aan moet meewerken zorgvragers te ontmoedigen langer PGB-zorg in te kopen.
“uitgangspunt”en van de burger werd verlangd dat hij gemotiveerd zijn keuze voor een PGB diende te onderbouwen wilde deze keuze gehonoreerd kunnen worden.
de factode keuzevrijheid beperkt zou zijn, is in de Nota naar aanleiding van het Nader Verslag teruggekomen. Expliciet werd van Regeringszijde hierin aangegeven dat het wetsvoorstel ZIN niet stelt boven PGB-zorg. Het voorschrift van het eerste lid van art. 2.3.6 Wmo 2015 is hier door de Staatssecretaris aangeduid als imperatief: indien de burger in plaats van ZIN een PGB wenst te ontvangen, moet dat PGB (in beginsel, behoudens thans niet relevante uitzonderingen) eenvoudigweg worden verstrekt.
nietom de vraag naar PGB-zorg in te dammen, maar om informatie te verkrijgen ten behoeve van verbetering van het ZIN-aanbod; de kwaliteit van de motivering zou geen grond opleveren voor weigering van een PGB, aldus de Staatssecretaris.
De Noorderbrug heeft in de inlichtingenronde haar bezwaren tegen de PGB-voorwaarden uitgebreid naar voren gebracht en hebben daarbij reeds verzocht deze voorwaarden te doen vervallen. Ook daarna heeft de Noorderbrug de gemeenten bij brief nogmaals gewezen op de naar haar mening onrechtmatigheid van het stellen van de PGB-voorwaarden en heeft de gemeente alstoen dringend verzocht de procedure – in afwachting van een te entameren kort geding – op te schorten.
816,00