ECLI:NL:RBNNE:2015:4408
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid in strafzaak
In deze strafzaak heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de strafkamer van de rechtbank Noord-Nederland. Zij stelde dat de strafkamer onzorgvuldig had gehandeld door zonder nader onderzoek te bepalen dat Nederlands recht van toepassing was op een gezagskwestie, terwijl zij vond dat Nigeriaans recht van toepassing zou moeten zijn. Tevens voerde zij aan dat twee rechters ook hadden deelgenomen aan een kamer die over haar gevangenhouding had geoordeeld, wat volgens haar vooringenomenheid zou kunnen veroorzaken.
De rechters van de strafkamer ontkenden elke vorm van partijdigheid en stelden dat het geven van een inhoudelijk juridisch oordeel geen grond voor wraking is. De officier van justitie ondersteunde de afwijzing van het wrakingsverzoek, stellende dat er geen sprake was van de schijn van vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit vermoeden weerleggen. De inhoudelijke juridische beoordeling door de strafkamer vormt geen reden voor wraking. Ook het feit dat twee rechters eerder over de gevangenhouding van verzoekster hadden geoordeeld, leidde niet tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de strafzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek. De beslissing werd op 20 augustus 2015 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.