Op 13 februari 2015 bedreigde verdachte zijn ex-vriendin met een doorgeladen semi-automatisch pistool in hun woning te [pleegplaats]. Hij toonde het wapen dreigend en maakte zwaaiende bewegingen, terwijl hij bedreigende woorden uitsprak die de redelijke vrees opriepen dat hij haar van het leven zou beroven. Kort daarvoor had hij haar verteld dat hij een wapen wilde aanschaffen om zelfmoord te plegen.
De rechtbank achtte de bedreiging en het bezit van het vuurwapen en munitie wettig en overtuigend bewezen. Verdachte leed aan een persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid, waardoor hij verminderd toerekeningsvatbaar werd geacht. Er waren geen strafuitsluitingsgronden.
De officier van justitie eiste 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, alcoholverbod, contactverbod en elektronisch toezicht. De verdediging pleitte voor een lichte straf, rekening houdend met de context en psychische toestand.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en strenge voorwaarden om recidive te voorkomen. Het in beslag genomen vuurwapen en munitie werden onttrokken aan het verkeer. De straf houdt rekening met de ernst van de feiten, de problematische relatie en het hoge herhalingsgevaar.
De voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard en de voorlopige hechtenis werd opgeheven per 12 oktober 2015.