Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van Ippel Dredging
- de pleitnota van Provincie Fryslân.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Noord-Nederland
De Provincie Fryslân schreef een baggerwerk aan met als gunningscriterium de laagste prijs. Ippel Dredging deed de laagste inschrijving, maar de Provincie stelde vast dat niet alle kosten, met name voor het vervoer en storten van vrijkomende grond, in de prijs per eenheid waren opgenomen zoals vereist in artikel 01.01.03 van de Standaard RAW Bepalingen 2010.
Ippel Dredging voerde aan dat de tijdelijke opslag en het afvoeren van het materiaal voor eigen rekening en risico was en dat zij eigenaar werd van de grond, waardoor deze kosten niet in de inschrijving hoefden te worden meegenomen. De Provincie vond dit strijdig met het bestek, waarin stond dat de grond uit bepaalde vakken naar een vergunde inrichting of zandwinput moest worden vervoerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het vervoer en de stortkosten wel degelijk onderdeel zijn van de resultaatsverplichting en dus in de prijs per eenheid moeten zijn opgenomen. Door dit niet te doen, had Ippel Dredging niet-besteksconform ingeschreven en was de inschrijving terecht ongeldig verklaard. De vordering van Ippel Dredging werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De inschrijving van Ippel Dredging wordt terecht ongeldig verklaard wegens niet-naleving van kostenopgave en bestek, waardoor hun vordering wordt afgewezen.