ECLI:NL:RBNNE:2015:3950
Rechtbank Noord-Nederland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bankspaarrekeningen vallen buiten de boedel bij schuldsanering ondanks afkoopverzoek
In deze zaak stond de vraag centraal of de rechter-commissaris terecht toestemming had gegeven voor de afkoop van bankspaarrekeningen die onder de schuldsaneringsregeling van appellant vielen. De bewindvoerder had toestemming gevraagd voor afkoop van twee bankspaarrekeningen die als pensioenregelingen werden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat appellant niet tijdig was geïnformeerd over de toestemming van de rechter-commissaris, waardoor het beroep tijdig was ingesteld. De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 21 onderdeel Pro 7 van de Faillissementswet (Fw), dat bepaalt dat aanspraken op bankspaarrekeningen buiten de boedel blijven.
De rechtbank overwoog dat deze bepaling niet de eis van onredelijke benadeling stelt zoals artikel 22a Fw dat doet voor levensverzekeringen. De bankspaarrekeningen hebben een verzorgingskarakter en appellant, die volledig arbeidsongeschikt is en een WAO-uitkering ontvangt, heeft geen andere voorzieningen voor zijn oudedagsvoorziening. Afkoop zou hem onredelijk benadelen.
Verder concludeerde de rechtbank dat de bewindvoerder onjuiste en onvolledige informatie had verstrekt aan de rechter-commissaris, die daardoor ten onrechte toestemming had gegeven. De rechtbank vernietigde de beslissing en wees het verzoek tot afkoop af.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de toestemming voor afkoop van bankspaarrekeningen en wijst het verzoek af omdat afkoop leidt tot onredelijke benadeling van appellant.