Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V., te Assen
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekers hebben een verzoek ingediend om handhavend op te treden tegen voorbereidende werkzaamheden van de NAM voor een proefboring in Blijham, stellende dat hiervoor een aparte opsporingsvergunning ontbreekt. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekers, op één na, als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt vanwege hun nabijheid en zicht op de locatie.
De concessie “Groningen”, verleend in 1963 aan de NAM, omvat een groot gebied in de provincie Groningen, waaronder Blijham. De rechtbank stelt vast dat deze concessie op grond van de Mijnbouwwet als winningsvergunning geldt, inclusief opsporingswerkzaamheden zoals proefboringen. De stelling van verzoekers dat het gasvoorkomen Blijham niet binnen het concessiegebied valt, wordt verworpen.
De rechtbank concludeert dat de (voorbereidende) werkzaamheden van NAM op grond van de concessie zijn toegestaan en dat geen overtreding van de Mijnbouwwet is vastgesteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de proefboring door NAM in Blijham wordt afgewezen.