Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Rechtbank Noord-Nederland
In deze civiele zaak tussen de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, en twee gedaagden, ging het om een verzoek tot aanvulling van het eerder gewezen vonnis van 24 juni 2015. De Staat verzocht de rechtbank om alsnog te beslissen over de bij het vonnis te voegen kaartweergaven die als productie 1 bij de dagvaarding waren gevoegd.
De rechtbank heeft de gedaagden in de gelegenheid gesteld om zich over dit verzoek uit te laten, waarop deze geen bezwaar maakten. De rechtbank stelde vast dat zij in het oorspronkelijke vonnis niet had beslist over dit onderdeel van de vordering en besloot het verzoek tot aanvulling toe te wijzen.
De aanvulling houdt in dat na het onderdeel over het eigendom van de gedaagden in het vonnis van 24 juni 2015 wordt toegevoegd dat dit eigendom is zoals afgebeeld op de kaartweergaven die als productie 1 bij de dagvaarding zijn gevoegd en aan het vonnis worden gehecht. Tevens is bepaald dat deze aanvulling wordt vermeld op de minuut van het oorspronkelijke vonnis en dat partijen de ontvangen stukken aan de griffie retourneren indien zij dat nog niet hadden gedaan.
Het vonnis is uitgesproken op 8 juli 2015 door rechter T.K. Hoogslag in het openbaar, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot aanvulling van het vonnis toe door toevoeging van de kaartweergaven als productie aan het vonnis.