Verzoeker, die onherroepelijk is vrijgesproken, vroeg vergoeding van schade door ondergane inverzekeringstelling, inbewaringstelling en de gevolgen van de verdenking. De rechtbank behandelde het verzoek op 4 maart 2015 en oordeelde dat vergoeding voor verblijf in politiecel en Huis van Bewaring, rechtsbijstand, reiskosten en kosten voor het verzoekschrift billijk zijn.
De rechtbank wees immateriële schade af omdat deze reeds was verdisconteerd in de vergoeding voor het voorarrest en omdat persberichten over de zaak niet door het OM waren geïnstigeerd. De overige schadeposten werden per onderdeel beoordeeld: renovatiekosten van de fundering en extra huurdervingskosten werden toegewezen, terwijl prijsstijging bouwmaterialen en misgelopen rente werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De totale toegekende vergoeding bedroeg € 14.399, waarbij de rechtbank benadrukte dat schade voortvloeiend uit beslissingen van banken niet onder de strafrechtelijke vergoeding valt, maar dat billijkheid een vergoeding voor bepaalde directe gevolgen van de verdenking rechtvaardigt.