Partijen zijn in 1997 getrouwd met huwelijksvoorwaarden en in 2011 gescheiden waarbij een echtscheidingsconvenant werd gesloten. Hierin werd bepaald dat de man €13.000 aan inboedelgoederen en inrichtingskosten voor de vrouw zou betalen.
De man vordert betaling van €17.023,94 wegens hogere kosten die hij maakte dan overeengekomen. De rechtbank oordeelt dat de man geen onverschuldigde betaling aan de vrouw deed, maar mogelijk een vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking heeft.
De vrouw stelt dat de man alimentatie vanaf de datum van echtscheiding had moeten betalen, maar de rechtbank acht dit niet van toepassing zolang zij samen een huishouding voerden tot maart 2013. De rechtbank beoordeelt verder dat alleen kosten die onder het convenant vallen in aanmerking komen.
De vrouw betwist enkele kostenposten, zoals Wehkamp-betalingen en winterbanden. De rechtbank sluit winterbanden uit, maar gaat uit van de juistheid van de man inzake Wehkamp-facturen omdat de vrouw deze niet heeft overlegd.
De rechtbank veroordeelt de vrouw tot betaling van €16.785,94 plus wettelijke rente vanaf 25 april 2014 en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.