Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil en de beoordeling daarvan
4.Beslissing
fn: 19)
Rechtbank Noord-Nederland
De vrouw heeft een verzoek ingediend tot wijziging van de kinderbijdrage en vaststelling van een partneralimentatie na beëindiging van het geregistreerd partnerschap met de man. De kinderbijdrage werd eerder vastgesteld en door indexatie aangepast. De vrouw trok haar verzoek tot kinderalimentatie in, waarna de man verzocht om nihilstelling van de kinderbijdrage per 1 januari 2015, gezien het ontvangen kindgebonden budget en alleenstaande ouderkop.
De rechtbank stemde in met de nihilstelling van de kinderbijdrage per genoemde datum. Ten aanzien van de partneralimentatie stelde de vrouw een behoefte vast op basis van eerdere beschikking en een bruto draagkracht van de man. De man betwistte de behoefte en stelde dat de vrouw inkomsten uit een onderneming heeft, wat zij ontkende. Tevens stelde de man dat er geen draagkracht is voor partneralimentatie en dat bij het uiteengaan niet over partneralimentatie is gesproken.
De rechtbank overwoog dat het tijdsverloop sinds feitelijke scheiding en ontbinding van het geregistreerd partnerschap de behoefte van de vrouw heeft doen verwateren. De vrouw had een verzwaarde stelplicht, die zij niet had vervuld. Daarom werd het verzoek tot partneralimentatie afgewezen. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten, mede vanwege het feit dat de man niet tijdig een adreswijziging had doorgegeven, waardoor de vrouw geen informatie over zijn inkomsten kon verkrijgen.
Uitkomst: Verzoek partneralimentatie afgewezen; kinderbijdrage per 1 januari 2015 op nihil gesteld.