ECLI:NL:RBNNE:2015:2390

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
13 mei 2015
Publicatiedatum
19 mei 2015
Zaaknummer
18.830272-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging

Verzoeker diende een verzoek in tot schadevergoeding wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis in een strafzaak die zonder oplegging van straf of maatregel eindigde. De oorspronkelijke dagvaarding omvatte twee feiten; voor het ene feit werd verzoeker veroordeeld, voor het andere feit werd het bezwaarschrift tegen de dagvaarding gegrond verklaard. De rechtbank beschouwde deze beslissing als een feitelijke splitsing van de zaak, waardoor het verzoek betrekking had op een zaak die zonder strafoplegging was geëindigd.

De rechtbank nam kennis van het verzoekschrift, het strafdossier en hoorde de officier van justitie en de raadsman van verzoeker. De officier van justitie verzette zich niet tegen toekenning van de schadevergoeding. De rechtbank overwoog dat de voorlopige hechtenis van verzoeker duurde van 3 tot 17 september 2014, en dat op grond van artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering en billijkheid een forfaitaire vergoeding van €105 per dag detentie in beperkingen toekomt.

De rechtbank kende verzoeker een vergoeding toe van €1.470,00 voor 14 dagen voorlopige hechtenis. De beslissing werd op 13 mei 2015 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen.

Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van €1.470 toegekend voor de periode van voorlopige hechtenis.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
Parketnummer: 18/830272-14
Kenmerk: Rk 15/143
Datum uitspraak: 13 mei 2015
BESLISSING
van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling strafrecht, locatie Groningen, meervoudige raadkamer voor strafzaken, op verzoek tot toekenning van schadevergoeding in de zaak van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen “verzoeker”.

Procedure

Namens verzoeker is op 16 februari 2015 een verzoekschrift ingediend, strekkende tot toekenning van een vergoeding voor de schade welke hij stelt te hebben geleden ten gevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met bovenvermeld parketnummer, die is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, nu het bezwaarschrift tegen de dagvaarding van verzoeker bij beslissing van 20 november 2014 gegrond werd verklaard.
De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift alsmede van het strafdossier met bovenvermeld parketnummer.
De officier van justitie en de raadsman van verzoeker, mr. M.C. van Linde, zijn gehoord in openbare raadkamer van 29 april 2015. Verzoeker is niet verschenen.

Beoordeling

Standpunt van de raadsman
Onder bovengenoemd parketnummer zijn in de oorspronkelijke dagvaarding meerdere zaken met verschillende processen-verbaal van de politie ten laste gelegd, te weten vernieling en de zaak waarop het onderhavige verzoekschrift ziet. Voor de vernieling is verzoeker veroordeeld en ten aanzien van het onderhavige feit is het bezwaarschrift tegen de dagvaarding gegrond verklaard. Zowel het bevel inverzekeringstelling als het bevel bewaring hadden uitsluitend betrekking op dit feit. Zaken die administratief onder één parketnummer zijn gevoegd en daardoor één zaak zijn geworden, worden na splitsing, zoals hier feitelijk is gebeurd, weer twee aparte zaken. Immers, in beide zaken zijn verschillende eindbeslissingen genomen waarop verschillende appelmogelijkheden van toepassing zijn. Tegen de veroordeling voor vernieling kunnen zowel de verdachte als de officier van justitie in appèl, tegen de beslissing op het bezwaarschrift tegen de dagvaarding alleen de officier van justitie. De zaak waarop dit verzoekschrift ziet kan daarom worden beschouwd als een zaak die geëindigd is zonder oplegging van straf of maatregel.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich, terugkomende op haar standpunt zoals weergegeven in de schriftelijke reactie op het verzoekschrift van 4 maart 2015, niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om schadevergoeding.
Beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
Slechts indien een zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, kan een verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering voor toewijzing in aanmerking komen. Het begrip zaak behelst al datgene waarop het rechtsgeding betrekking heeft. De dagvaarding bepaalt daarbij de grenzen van het rechtsgeding. Staan er meerdere feiten op de dagvaarding dan vormen die feiten de zaak ook al bestaat tussen die feiten onderling geen verband. Ook kunnen feiten die op verschillende dagvaardingen zijn vermeld samen de zaak vormen, indien de rechtbank besluit tot voeging van die gelijktijdig aangebrachte zaken. Indien de rechtbank besluit tot splitsing van gelijktijdig aangebrachte zaken, vormen die zaken niet langer een zaak in die zin van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Onder bovengenoemd parketnummer zijn in de oorspronkelijke dagvaarding twee feiten aangebracht. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de rechtbank bij beslissing van 20 november 2014 het bezwaarschrift tegen de dagvaarding gegrond verklaard. Voor het onder 2 ten laste gelegde is verzoeker bij vonnis van 4 december 2014 tot een geldboete veroordeeld.
Het onderhavige verzoek ziet op feit 1, ten aanzien waarvan de rechtbank het bezwaarschrift tegen de dagvaarding gegrond heeft verklaard.
De rechtbank is van oordeel dat de beslissing van de rechtbank tot gegrond verklaring van het bezwaarschrift voor de toepassing van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering feitelijk als splitsing van de zaak moet worden beschouwd. Gelet hierop is de zaak, waarop het verzoek om schadevergoeding betrekking heeft, geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
Dit betekent dat sprake is van een situatie waarin op grond van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering een schadevergoeding kan worden toegekend.
Verzoeker is op 3 september 2014 in verzekering gesteld en vervolgens op 6 september 2014 in voorlopige hechtenis gesteld. De voorlopige hechtenis is op 17 september 2014 geëindigd. Voor de tijd die verzoeker in verzekering gesteld is geweest en in voorlopige hechtenis met beperkingen heeft doorgebracht komt hem op grond van het bepaalde in artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering en op gronden van billijkheid een vergoeding toe. De forfaitaire vergoeding voor het verblijf van 1 dag detentie in een politiecel of in beperkingen bedraagt
€ 105,00. Aan verzoeker wordt derhalve een vergoeding toegekend van € 1.470,00
(14 dagen x € 150,00).
Beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek van [verzoeker] toe en kent aan verzoeker een vergoeding uit 's Rijks kas toe van € 1.470,00 (zegge: veertienhonderd en zeventig euro).
Deze beslissing is gegeven door mrs. L.M.E. Kiezebrink, voorzitter, mr. D.M. Schuiling en mr. M.J.B. Holsink, rechters, in tegenwoordigheid van W. Brandsma, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2015.
Mr. Schuiling was buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht
Locatie Groningen
Kenmerk: Rk 15/143
B E V E L S C H R I F T
========================
van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling strafrecht, locatie Groningen.
De voorzitter heeft gelet op aangehechte beslissing d.d. 13 mei 2015.
BESLISSING:
De voorzitter beveelt dat de uitbetaling van het in voornoemde beslissing genoemde geldbedrag van € 1.470,00 (zegge: veertienhonderd en zeventig euro) zal geschieden door de griffier van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling strafrecht, locatie Groningen.
Aldus gegeven op 13 mei 2015 door:
mr. L.M.E. Kiezebrink, fungerend voorzitter