Uitspraak
Tenlastelegging
Bewijsvraag
Strafbaarheid van het feit
medeplegen van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg.
Rechtbank Noord-Nederland
Op 13 oktober 2013 heeft verdachte, samen met anderen, op de openbare weg te een plaats, door middel van geweld en bedreiging met geweld, slachtoffer gedwongen tot afgifte van een mobiele telefoon en een portemonnee met inhoud. Het geweld bestond onder meer uit het stompen in het gezicht van het slachtoffer en slaan met een riem.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte medepleger was van afpersing en sprak hem vrij van andere ten laste gelegde feiten. Verdachte werd strafbaar geacht omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig waren.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van twaalf maanden onvoorwaardelijk op, waarbij rekening werd gehouden met eerdere veroordelingen van verdachte voor soortgelijke delicten. Het tijdsverloop tussen het feit en de zitting werd niet in de strafmaat meegenomen, omdat dit mede te wijten was aan het niet eerder melden door verdachte.
De rechtbank vond het feit ernstig vanwege de inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en de impact op gevoelens van veiligheid in de samenleving. De opgelegde straf houdt rekening met de ernst van het delict, de persoon van verdachte en de omstandigheden van het geval.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor medeplegen van afpersing met geweld.