De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek van de verdachte tot vergoeding van schade geleden door 107 dagen inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis, nadat de strafzaak was geëindigd met een vrijspraak en het OM het hoger beroep had ingetrokken.
De rechtbank stelde vast dat de forfaitaire normbedragen voor immateriële schadevergoeding passend zijn en bepaalde een dagvergoeding van €105,00, wat resulteerde in een bedrag van €9.585,--. Daarnaast werd materiële schade in de vorm van gederfde inkomsten beoordeeld aan de hand van een salarisspecificatie, waaruit bleek dat het netto dagloon €28,57 bedroeg.
Na aftrek van bespaarde kosten van levensonderhoud (€10,-- per dag) werd een netto inkomensverlies van €1.986,99 vastgesteld. De rechtbank kende dit bedrag toe naast de immateriële schadevergoeding, waarmee het totaal op €11.571,99 kwam. Het overige verzoek werd afgewezen.
De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige kamer op 8 april 2015 en de vergoeding wordt uit de rijkskas betaald.