Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
gevestigd en kantoorhoudende te 9821 PV Oldekerk aan de Bennemaheerd 4,
alsmede haar vennoten:
wonende te [adres];
wonende te [adres],
Rechtbank Noord-Nederland
Tussen Kiwi Mediaproducties en een werknemer bestond een arbeidsovereenkomst van juli 2012 tot december 2014. De werknemer had een alimentatieverplichting waarvoor het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) via gerechtsdeurwaarders executoriaal derdenbeslag legde onder de werkgever. Kiwi c.s. vulden het verplichte formulier in en wisten dat zij maandelijks bedragen boven de beslagvrije voet moesten afdragen.
Ondanks meerdere aanmaningen vond geen tijdige inhouding en afdracht plaats. LBIO stelde Kiwi c.s. aansprakelijk voor een achterstand van 16 maanden loonbeslagbetalingen. Kiwi c.s. verweerde zich met een mededeling van een medewerker van de beslagleggende deurwaarder dat zij niets hoefden te doen en ontkende ontvangst van brieven.
De rechtbank oordeelde dat Kiwi c.s. onvoldoende bewijs leverden voor dit verweer en dat zij vanaf mei 2013 maandelijks € 718,39 hadden moeten afdragen. Echter, omdat LBIO pas na een jaar aansprakelijk stelde en het redelijk was om een termijn van maximaal zeven maanden aansprakelijkheid aan te houden, werd de vordering beperkt tot zeven maandtermijnen à € 652,73, totaal € 4.569,11. De vordering vanaf oktober 2014 werd afgewezen omdat toen aan de verplichtingen werd voldaan en het dienstverband eindigde per 1 december 2014.
De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter C. van den Noort op 4 maart 2015.
Uitkomst: Kiwi c.s. worden veroordeeld tot betaling van zeven maandtermijnen loonbeslag ter hoogte van € 4.569,11 met wettelijke rente.