De rechtbank Noord-Nederland heeft op 12 maart 2015 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die zich schuldig maakte aan uitkeringsfraude over de periode van 1 juli 2009 tot en met 11 maart 2014. Verdachte had opzettelijk nagelaten om inkomsten uit handel via internet en het verzamelen van oud ijzer, alsmede vermogenswijzigingen door giften van auto-onderdelen, te melden aan de gemeente Veendam. Hierdoor werd het recht op een WWB-uitkering onjuist vastgesteld, wat leidde tot een benadelingsbedrag van €84.210,47.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze feiten heeft gepleegd en sprak hem vrij van overige tenlasteleggingen. Verdachte was eerder in 2010 al veroordeeld voor uitkeringsfraude, maar had desondanks zijn fraude voortgezet. De rechtbank hield rekening met de ernst van het delict, de duur, het bedrag en het strafblad van verdachte, maar ook met zijn persoonlijke omstandigheden zoals langdurige werkloosheid, financiële problemen en de zorg voor twee thuiswonende kinderen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 6 maanden op, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, en een taakstraf van 240 uur. De taakstraf kan worden vervangen door 120 dagen hechtenis indien niet naar behoren uitgevoerd. De straf weerspiegelt de ernst van het misbruik van het sociale stelsel en de noodzaak om herhaling te voorkomen, maar houdt ook rekening met de persoonlijke situatie van verdachte.