Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser],
De procedure
Motivering
"Ben je al wat bekomen van 'de schrik'? Wij zijn in ieder geval content met je (voorgenomen) benoeming!"Naar het oordeel van de kantonrechter mocht [eiser] daaruit niet afleiden dat de Provincie definitief met hem in zee wilde gaan, nu er nog een gesprek over de arbeidsvoorwaarden diende plaats te vinden én verderop in deze e-mail is vermeld:
"Jij gaf aan dat ook de gedeputeerde nog wat vragen bij mijn politieke ervaring had. In dat licht zou er een gesprek plaatsvinden met[A]."Voor zover [eiser] is afgegaan op uitlatingen van genoemde [X] over een aanstelling bij de Provincie, mocht hij daarop niet gerechtvaardigd vertrouwen, nu [X] niet degene was die tot aanstelling van [eiser] kon besluiten.
definitiefmet hem in zee te gaan. [eiser] heeft er (ook) niet gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat er een arbeidsovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Kortom, partijen zijn uiteindelijk in de onderhandelingsfase blijven steken. Dit wordt niet anders door de omstandigheden dat aan [eiser] diverse aan indiensttreding gerelateerde bescheiden ter invulling zijn toegezonden, dat hij al aan nieuwe (toekomstige) collega's is voorgesteld en dat hij met zijn benoeming zou zijn gefeliciteerd. Voldoende aannemelijk is geworden dat als gevolg van de snelheid van de gevolgde sollicitatieprocedure de coördinatie tussen de verschillende daarbij betrokkenen personen bij de Provincie niet vlekkeloos is verlopen, waardoor aan [eiser] in een (te) vroeg stadium genoemde bescheiden zijn toegestuurd en genoemde uitingen zijn gedaan. Dat neemt echter niet weg dat er ook dan nog geen moment valt aan te wijzen dat de Provincie jegens [eiser] haar kennelijke wil kenbaar heeft gemaakt om definitief met hem in zee te gaan. Van toerekenbaar tekortschieten aan de zijde van de Provincie is aldus geen sprake. Zij is dus niet uit dien hoofde schadeplichtig geworden jegens [eiser].