ECLI:NL:RBNNE:2015:1091
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- O.J. Bosker
- H.H.A. Fransen
- J.G. de Bock
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk voordeel uit huur panden bestemd voor hennepteelt
De officier van justitie heeft een ontnemingsvordering ingediend tegen verdachte, die werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van de Opiumwet. De vordering betrof het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de huur van panden die werden gebruikt voor hennepteelt.
Tijdens de terechtzittingen op 20 en 27 januari 2015 werd vastgesteld dat verdachte voor de huur van drie panden een bedrag van €100 per maand ontving. De rechtbank baseerde de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de bewezen verklaarde feiten, waarbij werd uitgegaan van drie maanden huur per pand voor twee panden, wat resulteerde in een totaal van €600.
De rechtbank oordeelde dat verdachte dit bedrag aan de Staat moet betalen als ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, omdat geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die tot een ander bedrag zouden leiden. De maatregel is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte is verplicht €600 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.