Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
De vordering van de officier van justitie
De voorvragen
Vrijspraak
1 primair, 2 primair en subsidiair, 3 primair en 4 primairtenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit -anders dan de officier van justitie en evenals de raadsman van verdachte- niet wettig en overtuigend bewezen acht.
Bewijsmotivering
kortna het opnemen van bedoelde telefoongesprekken met de inhoud van de gesprekken geconfronteerd en in de gelegenheid gesteld om daar op te reageren. Verdachte heeft in het beginstadium van zijn verhoren op de gesprekken gereageerd en heeft er in een later stadium voor gekozen om niet meer te reageren. Verdachte heeft bij de politie noch ter terechtzitting aangegeven dat de inhoud van de woordelijk uitgewerkte tapgesprekken (ten dele) onjuist is. De rechtbank is derhalve van oordeel dat er niet in strijd met een eerlijk proces, als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, is gehandeld. De inhoud van de tapgesprekken kan voor het bewijs worden gebruikt.
Hetgeen de rechtbank bewezen acht
Kwalificaties
Strafbaarheid
Strafmotivering
Toepassing van wetsartikelen
Beslissing van de rechtbank
gevangenisstrafvoor de duur van 249 dagen, waarvan een gedeelte groot 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.