Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Rechtsoverwegingen
mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, mr. M.W. de Jonge en mr. M. Griffioen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker, gedaagde in een kort gedingprocedure bij de rechtbank Noord-Nederland, diende een wrakingsverzoek in tegen alle rechters werkzaam bij deze rechtbank voorafgaand aan een zitting. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 6 EVRM Pro, waarbij onpartijdigheid van rechters wordt vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
Omdat het wrakingsverzoek niet was gericht tegen de specifieke rechter die de zaak behandelde, maar tegen de gehele rechtbank, voldeed het verzoek niet aan de formele vereisten van artikel 36 Rv Pro. Hierdoor werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek. De procedure in de onderliggende kort gedingzaak werd voortgezet zoals die was ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.
De beslissing werd genomen door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2014 door voorzitter R.B.M. Keurentjes en rechters M.W. de Jonge en M. Griffioen.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek tegen alle rechters van de rechtbank Noord-Nederland.