Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de vrouw, bijgestaan door mr. Siesling-Vellinga;
- de man, bijgestaan door mr. Nijenhuis;
- de heer W. Kelderhuis, namens de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de raad).
2.De beoordeling
Het onderzoek dient de vraag te betreffen welke gezagsvoorziening en welke zorgregeling in het belang van [de minderjarige] is.
Stress wordt intern verwerkt en hoe meer deze oploopt hoe meer zij neigt tot aanpassing, ook wanneer het voor zichzelf niet gezond meer is. In haar huwelijk is dit jarenlang het geval geweest waarbij zij langzaamaan een schim van zich zelf werd. Mevrouw benoemt een langdurige geschiedenis van bedreigingen en ook doodsbedreigingen. Medio 2013 is dit zodanig geëscaleerd dat zij lichamelijk en psychisch uitgeput is geraakt en niet meer in staat was te werken. Haar werkgever heeft mij vervolgens verzocht mevrouw in behandeling te nemen(rapportage van [psycholoog], productie 13 van de vrouw).
De stelling van de man dat hij zich thans zou onthouden van grievende gedragingen kan evenmin tot een ander oordeel leiden, en is overigens feitelijk onjuist nu de man op [datum Z] nog de hiervoor genoemde brief aan de werkgever van de vrouw zond.