Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Vordering officier van justitie
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partijen
Toepassing van wetsartikelen
DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:
2. dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd van 3 jaren onder behandeling zal stellen van (Forensische) psychiatrie of bij een soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de justitiemedewerker van Justitiehuis Turnhout, op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven en waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.
[slachtoffer 1], [slachtoffer 61]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 780,00 (zegge: zevenhonderdentachtig euro).
[slachtoffer 1], [slachtoffer 61], te betalen een bedrag van € 780,00 (zegge: zevenhonderdentachtig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
[slachtoffer 1], [slachtoffer 61], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
[slachtoffer 62]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 240,00 (zegge: tweehonderdenveertig euro).
[slachtoffer 62], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
[slachtoffer 8], [slachtoffer 63]toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 7.200,00 (zegge: zevenduizend en tweehonderd euro).
[slachtoffer 8], [slachtoffer 63], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
[bank 1]niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[bank 2]niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[slachtoffer 9]niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[slachtoffer 64]niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.