Uitspraak
UITSPRAAK
[verdachte],
Gang van zaken
Overwegingen
€ 778.511,25
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 19 november 2014 uitspraak gedaan in een zaak waarin de officier van justitie een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel had ingesteld tegen een veroordeelde. Deze was eerder veroordeeld voor het feitelijk leidinggeven aan medeplegen van oplichting en gewoontewitwassen met betrekking tot de exploitatie van 0900-nummers.
De rechtbank heeft het onderzoek naar de ontnemingsvordering gevoerd op basis van het strafdossier, proces-verbaal en schriftelijke conclusies van partijen. De vordering betrof het vaststellen van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel en het opleggen van een betalingsverplichting aan de veroordeelde.
Uit de bewijsstukken bleek dat de veroordeelde in de periode van 1 december 2004 tot en met 31 maart 2007 beschikte over opbrengsten uit de exploitatie van 0900-nummers die aan een vennootschap toekwamen waarvan hij mede-eigenaar was. De rechtbank heeft de opbrengsten en kosten in deze periode berekend en het voordeel vastgesteld op €1.020.841,90, waarvan de helft aan de veroordeelde wordt toegerekend wegens zijn aandeel in de vennootschap en huwelijk.
De rechtbank wees het verzoek van de verdediging af om getuigen te horen over een eerdere periode en stelde vast dat de draagkracht van de veroordeelde voor de executiefase relevant is. De ontnemingsvordering werd toegewezen tot een bedrag van €510.420,00 dat de veroordeelde aan de Staat moet betalen.
Uitkomst: Veroordeelde moet €510.420 aan de Staat betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.