ECLI:NL:RBNNE:2014:5352
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken significante bijdrage aan openlijk geweld in vereniging
Op 3 juli 2014 vond op een parkeerterrein nabij een winkelcentrum een incident plaats waarbij meerdere personen betrokken waren bij openlijk geweld in vereniging tegen twee slachtoffers. Verdachte werd beschuldigd van het duwen, slaan, schoppen en dreigen met een vuurwapenachtige handeling en het roepen van dreigende woorden.
Tijdens de terechtzitting op 16 oktober 2014 stelde het openbaar ministerie dat verdachte een significante bijdrage had geleverd door de groep te versterken en door het roepen van woorden als "Ik heb dat ding hier" terwijl hij zijn hand achter zijn rug hield, waarmee hij de indruk wekte een wapen te hebben. De verdediging voerde aan dat verdachte juist probeerde het geweld te stoppen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte geen fysiek geweld had gebruikt en dat zijn gedragingen niet als een wezenlijke bijdrage aan het geweld konden worden aangemerkt. Verklaringen van getuigen ondersteunden dat verdachte probeerde zijn medeverdachten weg te krijgen van het slachtoffer en het geweld te beëindigen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter. De kosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van een significante bijdrage aan het gepleegde openlijk geweld in vereniging.