Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[eiser 1],
[eiser 2],
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
[gedaagde 5],
[gedaagde 6],
[gedaagde 7],
[gedaagde 8],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
op dat momentaanwezige steiger mag worden gehandhaafd, hersteld, en zo nodig vernieuwd, maar duidelijk is dat [eisers] veel verder zijn gegaan dan wat de erfdienstbaarheid op dit punt toelaat. Dat [gedaagden] ondanks deze "landwinning" door [eisers] nog steeds de haveningang in en uit kunnen varen doet aan het onrechtmatig karakter van de gepleegde inbreuk niet af. Waar het hof bij tussenarrest van 21 januari 2012 heeft overwogen dat het verbod om in het water te bouwen, erfdienstbaarheid (b), het recht op vrije doorvaart, erfdienstbaarheid (a), faciliteert is daarmee, anders dan [eisers] bij akte na tussenarrest stellen, niet gezegd dat aan erfdienstbaarheid (b) iedere zelfstandige betekening dient te worden ontzegd. Een andere opvatting zou immers tot de uitkomst leiden dat [eisers] zich zoveel water kunnen toe-eigenen ter bebouwing als zij wensen zolang zij maar een zodanige strook water vrij laten dat [gedaagden] nog in en uit kunnen varen. In dat geval zou het vestigen van erfdienstbaarheid (b) volstrekt zinledig zijn geweest.
3.De vordering
4.Het geschil en de beoordeling daarvan
904,00(2 punten x tarief EUR 452,00)