ECLI:NL:RBNNE:2014:4505

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 juli 2014
Publicatiedatum
15 september 2014
Zaaknummer
C17/135842/KG RK 14-341
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek gericht tegen alle rechters in Nederland

In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen alle rechters in Nederland, voorafgaand aan een civiele procedure waarin hij gedaagde was. De wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland beoordeelde het verzoek op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 6 EVRM Pro.

De wrakingskamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormen. Het verzoek was echter niet gericht tegen de rechter die de zaak behandelde, maar tegen alle rechters, waardoor het niet voldeed aan de formele vereisten van artikel 36 Rv Pro.

Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard en werd de procedure in de onderliggende civiele zaak voortgezet zoals die was voor het wrakingsverzoek. Er vond geen mondelinge behandeling plaats. De uitspraak werd gedaan door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek tegen alle rechters in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

LOCATIE LEEUWARDEN
WRAKINGSKAMER
Procedurenummer: C/17/135842/KG RK 14/341
Datum uitspraak: 16 juli 2014
Uitspraak op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, inzake het op 9 juli 2014 door:
[verzoeker],
wonende op een geheim adres in de [woonplaats],
ingediende verzoek tot wraking.

1.Procesverloop

1.1.
[verzoeker] is gedaagde in de civiele procedure van de [A] tegen [verzoeker]. De zaak is bij de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, bekend onder zaak-/rolnummer 3046832\CV EXPL 14-5003.
1.2.
Voorafgaand aan de rolzitting van de kantonrechter van 11 juli 2014, heeft [verzoeker] bij brief van 9 juli 2014 "elke rechter" gewraakt. Op de rolzitting van 11 juli 2014 heeft [verzoeker] ten overstaan van mr. T.K. Hoogslag, kantonrechter, herhaald dat zijn wrakingsverzoek is gericht tegen alle rechters in Nederland. Daarop is de behandeling van de procedure geschorst in afwachting van de beslissing van de wrakingskamer.

2.Rechtsoverwegingen

2.1.
De wrakingskamer overweegt dat voor de beoordeling van wrakingsverzoeken de toepasselijke norm is gegeven in artikel 36 Rv Pro en artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), in samenhang met de door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens daaromtrent ontwikkelde criteria.
2.2.
Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 36 Rv Pro/artikel 6 EVRM Pro dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar/zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.
2.3.
Nu het wrakingsverzoek van [verzoeker] niet is gericht tegen de rechter die zijn zaak behandelt, maar tegen alle rechters in Nederland, is niet aan de formele vereisten voor een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 36 Rv Pro voldaan, zodat [verzoeker] niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek. Tot een mondelinge behandeling wordt daarom niet overgegaan.
Beslissing
3.1.
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek;
3.2.
bepaalt dat de procedure in de zaak met zaak-/rolnummer 3046832\CV EXPL 14-5003 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
3.3.
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan partijen.
Deze uitspraak is vastgesteld en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden op 16 juli 2014 door mr. C.M. Telman, voorzitter, mr. M. Brinksma en mr. S.B. van Baalen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier.