Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
STICHTING KWADRANTGROEP,
1.Procesverloop
2.De vaststaande feiten
Geen indexering in 2013
Rechtbank Noord-Nederland
De kantonrechter behandelde een geschil tussen [A], voormalig lid van de Raad van Bestuur bij Kwadrantgroep, en Kwadrantgroep over diverse vergoedingen in het kader van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. [A] vorderde onder meer betaling van kosten rechtsbijstand, een vergoeding van € 35.800,00, vakantiedagen, indexering van loon en wettelijke rente.
De arbeidsovereenkomst kende een functiecontract met een bruto maandsalaris van € 14.612,08 en een regeling voor een schadevergoeding bij beëindiging. De kantonrechter oordeelde dat de vergoeding van € 35.800,00 die eerder was toegekend in het kader van ontbinding, als ontbindingsvergoeding geldt en reeds is verrekend met de betaling van drie keer het totaal vast inkomen (3 tvi's). De vordering tot betaling van deze vergoeding en de daarmee samenhangende rente werden afgewezen.
Ten aanzien van vakantiedagen stelde de kantonrechter vast dat [A] recht had op 30 vakantiedagen per jaar ondanks het functiecontract en dat hij over de periode tot de ontbindingsdatum recht had op vergoeding van 20 niet-genoten vakantiedagen. Deze vergoeding werd vastgesteld op € 14.511,40 en toegewezen. De overige vorderingen, waaronder indexering van loon en vergoeding over de opzegtermijn, werden afgewezen. De kantonrechter oordeelde dat geen sprake was van een opzegtermijn omdat de arbeidsovereenkomst door ontbinding eindigde.
De vordering tot betaling van wettelijke rente over de vergoeding van 3 tvi's werd eveneens afgewezen wegens ontbreken van verzuim bij Kwadrantgroep. De kantonrechter veroordeelde Kwadrantgroep tot betaling van de vergoeding voor vakantiedagen met wettelijke rente vanaf de dagvaarding en compenseerde de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Kwadrantgroep wordt veroordeeld tot betaling van € 14.511,40 voor niet-genoten vakantiedagen aan [A], overige vorderingen worden afgewezen.