ECLI:NL:RBNNE:2014:3518
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen aanslag echtgenoot wegens ontbreken belanghebbende
Eiseres, gescheiden van haar echtgenoot in 2012, stelde bezwaar en beroep in tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) van haar ex-echtgenoot over 2011, vanwege het gezamenlijke toetsingsinkomen dat gevolgen had voor het kindgebonden budget.
De rechtbank stelde vast dat eiseres geen belanghebbende is voor de aanslag van haar ex-echtgenoot en dat zij niet gemachtigd was om namens hem bezwaar en beroep in te stellen. Haar eigen aanslag was niet in geschil.
Op grond van artikel 26a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en artikel 7:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan alleen een belanghebbende of iemand van wie inkomensbestanddelen zijn begrepen in de aanslag beroep instellen. Dit was niet het geval voor eiseres.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond om formele redenen, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verklaarde het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Eiseres is niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen de aanslag van haar ex-echtgenoot.