Uitspraak
Tenlastelegging
Bewijsvraag
waarschijnlijknadelig beïnvloed was.
Rechtbank Noord-Nederland
Op 27 augustus 2013 vond een dodelijk verkeersongeval plaats waarbij verdachte, onder invloed van amfetamine, een voetganger aanreed. De officier van justitie stelde dat verdachte door zijn hoge amfetaminegehalte en onoplettendheid schuld had aan het ongeval. De verdediging voerde aan dat verdachte een gewende gebruiker was en dat het gebruik van amfetamine niet relevant was voor het ongeval.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het NFI een hoge concentratie amfetamine in het bloed van verdachte had vastgesteld, dit op zichzelf onvoldoende bewijs was voor schuld aan het ongeval. Verdachte had niet met een te hoge snelheid gereden en er ontbraken concrete aanwijzingen dat zijn rijgedrag zeer onoplettend of onvoorzichtig was. De reconstructie van het ongeval toonde aan dat verdachte het slachtoffer ruim van tevoren had kunnen zien.
De rechtbank concludeerde dat het primair ten laste gelegde, overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994, niet wettig en overtuigend bewezen was. Ook het subsidiair ten laste gelegde, overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994, kon niet worden bewezen. Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van schuld aan het dodelijk verkeersongeval.