De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 28 maart 2014 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling door met zijn auto op het slachtoffer in te rijden. De rechtbank sprak verdachte vrij van de poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs voor het opzet om het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte het slachtoffer mishandelde door met zijn auto tegen het slachtoffer te rijden, waardoor het slachtoffer pijn ondervond, en dat verdachte het slachtoffer bedreigde met de dood. De rechtbank verwierp het verweer van noodweer en oordeelde dat verdachte strafbaar was.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden, het verleden van verdachte en het reclasseringsadvies. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 3 dagen op, met aftrek van voorarrest, en een werkstraf van 80 uur, met een vervangende hechtenis van 40 dagen bij niet-nakoming.