Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.De vaststaande feiten
3.De vordering en het verweer
stelt dat hij is misleid over de vraag met welke B.V. hij een overeenkomst heeft gesloten. Aangezien de handelsnaam [X] bij meerdere aan [Z] gekoppelde B.V.'s is ondergebracht, stelt [eiser] stelt zich op het standpunt dat [gedaagde] die de naam [X] gebruikt binnen dezelfde organisatie, de activiteiten van [X] heeft voortgezet.