ECLI:NL:RBNNE:2013:CA4009
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige opzegging kredietovereenkomst door bank en onterechte BKR-registratie
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO Bank N.V. en een kredietnemer over de opzegging van een kredietovereenkomst en de gevolgen daarvan. De bank had de kredietovereenkomst opgezegd vanwege herhaalde overschrijding van de kredietlimiet en onvoldoende omzetstorting, waarna zij een betalingsachterstand bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) had gemeld. De kredietnemer betwistte de rechtmatigheid van de opzegging en de BKR-registratie.
De rechtbank oordeelt dat de bank weliswaar bevoegd was om het krediet op te eisen wegens niet-naleving van de kredietvoorwaarden, maar dat de opzegging niet door de bank zelf is gedaan maar door het incassobureau Solveon, waarvan niet is gebleken dat zij hiertoe bevoegd was. Bovendien heeft de bank de opzegging niet tijdig aangekondigd, waardoor deze als rauw en onrechtmatig wordt beoordeeld. Ook is onvoldoende onderbouwd dat er een betalingsachterstand van meer dan 70 dagen bestond ten tijde van de BKR-melding.
De rechtbank wijst de vordering van de bank tot betaling van de hoofdsom en rente af en verklaart de opzegging onrechtmatig. Het beslag dat de bank had gelegd wordt opgeheven en de bank wordt veroordeeld om binnen 72 uur de BKR A-codering te verwijderen op een wijze die niet kenbaar is voor derden. Tevens wordt de bank veroordeeld in de proceskosten en nakosten, en wordt een dwangsom opgelegd voor het niet naleven van het verwijderingsbevel.
Deze uitspraak benadrukt de zorgvuldigheid die banken moeten betrachten bij het opzeggen van kredietovereenkomsten en het melden van betalingsachterstanden aan kredietregistraties, waarbij de belangen van de kredietnemer en de redelijkheid en billijkheid centraal staan.
Uitkomst: De opzegging van de kredietovereenkomst door de bank is onrechtmatig verklaard, het beslag is opgeheven en de onterechte BKR-registratie moet worden verwijderd.