ECLI:NL:RBNNE:2013:CA2633
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring van verbeurde dwangsommen en weigering opleggen nieuwe dwangsom
In deze civiele zaak vordert eiser betaling van verbeurde dwangsommen wegens frustratie van de tenuitvoerlegging van een eerder vonnis. Gedaagde betwist dat de dwangsommen nog niet verjaard zijn.
De rechtbank onderzoekt of de stuitingshandelingen van eiser, waaronder exploten en aangetekende brieven, rechtsgeldig waren en of deze de verjaring hebben gestuit. Betekening aan het kantoor van de advocaat van gedaagde wordt niet als rechtsgeldig beschouwd, omdat geen volmacht voor stuiting in deze procedure kon worden aangenomen.
De rechtbank concludeert dat de dwangsommen van februari 2010 zijn verjaard, terwijl de dwangsommen van februari tot april 2010 tijdelijk zijn gestuit. De laatste stuitingshandeling was echter te laat, waardoor alle dwangsommen uiteindelijk verjaard zijn. De vordering tot betaling van € 20.000 wordt afgewezen.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat onvoldoende is gebleken dat de eerdere dwangsom onvoldoende prikkel vormde voor nakoming. Gezien het ontbreken van bewijs dat gedaagde nog over de foto's beschikt en het gewijzigde belang van eiser, wordt geen nieuwe dwangsom opgelegd.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, met een netto bedrag van € 400, en gedaagde wordt veroordeeld tot vergoeding van explootkosten van € 163,64.
Uitkomst: De dwangsommen zijn verjaard en de vordering tot betaling wordt afgewezen; een nieuwe dwangsom wordt niet opgelegd.